Ahmed AbdulHasan Husain
Gevangen in Bahrain

Ahmed AbdulHasan Husain is een 36-jarige financiële inspecteur en vader die willekeurig door de Bahreinse autoriteiten is aangehouden en gemarteld. Na een oneerlijk proces werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf in het beroemde gevangenis van Jau in Bahrein, waar hij nog steeds onvoldoend wordt verzorgd voor de verwondingen die hij opliep tijdens hun marteling.

Om 2 uur ’s nachts op 3 november 2015 werd Ahmed in zijn huis gearresteerd door agenten in burger. Voor zijn arrestatie openden de agenten de binnendeur van het huis en beklommen het hek. Ze waren in groten getale, droegen gele jassen en maskers en werden vergezeld door politievrouwen. De veiligheidstropen arresteerden Ahmed zonder bevelschrift.

De volgende dag, 4 november 2015, namen agenten Ahmed mee naar huis. De strijdkrachten vielen het huis binnen, sloopten enkele muren en verwijderden de vloeren onder het mom van het zoeken naar wapens. Na het verlaten van het huis, mocht Ahmed voor slechts een paar seconden bellen. Hij wist niet zeker waar hij werd vastgehouden, maar wist dat hij werd onderzocht.

Van 4 november 2015 tot 4 december 2015 werd Ahmed het slachtoffer van gedwongen verdwijning. Gedurend deze tijd werd Ahmed gemarteld door onbekende personen. Het doel van de marteling was om Ahmed te laten bekennen dat hij met een groep gezochte mannen buiten Bahrein communiceerde, dat zij hij hem financierden en dat hij door hen werd opgeleid. Ahmed gelooft dat hij gemarteld is omdat hij een sjiitische moslim is, omdat de veiligheidstroepen – die bijna uitsluitend soennieten zijn – zijn geloof en overtuigingen en die van andere gedetineerden hebben beledigd. De marteling duurde 28 dagen in het verhoorgebouw in de gevangenis van Jau, in een deel van de faciliteit dat naar verluidt door het National Security Agency (NSA) beheert wordt, de belangrijkste inlichtingendienst van Bahrein. De autoriteiten lieten hem niet slapen, weigerden hem toegang tot de douches, verboden hem gebed en bedreigden zijn familie. Ahmed zei dat de vanwege de marteling hij “wou dat [hij] dood was.” Op 4 december 2015 werd hij voorgesteld aan het Openbaar Ministerie (OPP) en overgeplaatst naar het Varadero Detention Center.

Vanwege de marteling brak Ahmed’s hand en door het daaropvolgend gebrek aan medische verzorging is hij nu verlamd. Voorts heeft hij ook problemen met zijn urinewegen en is getraumatiseerd. Hoewel Ahmed in het Salmaniya- en Al Qaala-ziekenhaus werd behandeld, waren dit slechts maar drie fysiotherapiesessies. In Mei 2018 werd Ahmed behandeld in het Bahreinse defensieziekenhuis. Zijn arts schreef fysiotherapie voor en beval een zenuwtransplantatie aan. De operatie was gepland voor juli 2018.

Naast het rapport van zijn arts werden andere medische rapporten ingediend bij de OPP (de Ombudsman van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de speciale onderzoekseenheid) en aan de advocaat van Ahmed overhandigd. Er zijn nog meer medische rapporten waartoe Ahmed geen toegang heeft gekregen, waaronder het rapport van forensische artsen en psychologen en het rapport van het criminele laboratorium dat de bloedvlekken op Ahmed’s kleding heeft geanalyseerd als gevolg van martelingen in de gevangenis van Jau.

Ahmed mocht zijn advocaat niet ontmoeten tijdens zijn detentie. Op zijn eerste hoorzitting was er geen advocaat aanwezig. Zelfs na het begin van de rechtszaken heeft de overheid Ahmed maar één keer toestemming gegeven om zijn advocaat te ontmoeten. Bovendien heeft de rechter alle beschuldigingen van marteling genegeerd of afgewezen. Ahmed werd bij verstek berecht, ondanks zijn arrestatie, en veroordeeld voor het lidmaatschap van een terroristische cel. Hij werd op 15 mei 2018 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en zijn staatsburgerschap werd ingetrokken in een massaproces tegen 138 mensen. Zijn beroep is uitgesteld tot 12 september 2018.

Hij wordt momenteel vastgehouden in de gevangenis van Jau.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *