Mohamed Merza Moosa
Gearresteerd in Bahrain

Mohamed Merza Moosa is een prominente Bahreinse atleet, die tussen 2008 en 2010 meerdere gouden medailles in internationale jiu-jitsu wedstrijden won, onder meer in Brazilië, Thailand en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Na de onderdrukking van vreedzame protesten in 2011 door de regering werd Mohamed, net als de Bahreinse voetballer Hakeem Al-Araibi, gemarteld en in een oneerlijk proces tot een langdurige gevangenisstraf verordeeld. Hij zit momenteel in de gevangenis van Jau, waar hij van de gevangenisautoriteiten onvoldoende medische zorg ontvangd.

Mohamed was een van duizenden Bahreiners die zich tijdens de Arabische lente in februari 2011 bij de roep om meer democratisch bestuur en mensenrechten hebben aangesloten. Op 16 maart 2011 arresteerden politieagenten Mohamed bij een controlepost op de kruising van de sjeik Aziz-moskee in Zuid-Sehla – zonder bevelschrift. Tijdens zijn arrestatie werd hij beledigd en vervloekt, in de kofferbak van een politieauto geplaatst en overgebracht naar vier verschillende politiebureaus. In al deze politiebureaus dreigden politieagenten dat ze ook Mohamed’s vrouw en broers zouden arresteren en martelen. Daarnaast werd Mohamed overgebracht naar het Drydock Detention Center, waar hij door een groep van Bahreinse defensiemacht (BDF) personeel en officieren in burgerkleding werd gefolterd. Sloteindelijk werd hij overgeplaatst naar de militaire gevangenis van Al-Qurain, waar hij opnieuw gemarteld werd. Mohamed werd vanaf de dag van zijn arrestatie drie maanden in een isoleercel vastgehouden.

In alle bovengenoemde politiebureaus, in het Drydock Detention Center, Al-Qurain en de gevangenis van Jau, hebben de agenten Mohamed van zijn slaap beroofd, lastiggevallen en geïntimideerd, van baden en werken beroofd, gedwongen urenlang te blijven staan, onderworpen aan gedwongen naaktheid en seksueel geweld, en hem in een koude kamer gehouden en koud water over hem gegoten. Ze hebben hem ook bespot, zijn waardigheid aangetast en de sjiitische gemeenschap en religieuze leiders beledigd. Ze dwongen hem ook om de geluiden van dieren na te bootsen en het Bahreinse volkslied te zingen. Bovendien immobiliseerden deze officieren zijn handen en voeten, bonden ze achter zijn lichaam vast en lieten hem urenlang hangen. Hij werd ook geslagen met elektriciteitskabels en waterleidingen, geschopt, geslagen en in zijn gezicht gespuugd. De Bahreinse defensiemacht (BDF) heeft hem op reden van documenten en verklaringen aangeklaagd waarvan Mohamed de inhoud niet kende, die hij onder bedreigingen en met het gebruik van wapens ondertekend had.

Op 19 mei 2011 veroordeelde de Nationale Veiligheidsrechtbank van Eerste Aanleg Mohamed en acht medeverdachten voor de ontvoering van een politieagent tot 20 jaar gevangenisstraf. Slechts één beschuldigde werd vrijgesproken. De nationale veiligheidsrechtbanken waren operationeel tijdens de 2011 protesten en bestonden uit een voorzittende militaire rechter en twee burgerrechters. De aanklager werd ook bestuurd door militairen. Maar vanwegen de omstreden karakter van deze rechtbanken vond een onafhankelijke onderzoekscommissie in Bahrain (BICI) dat “de fundamentele beginselen van een eerlijk proces niet gerespecteerd worden, waaronder een snelle en volledige toegang tot juridische bijstand en de ontoelaatbaarheid van een gedwongen getuigenis.” Vervolgens werden deze rechtbanken ontbonden en hun uitspraak aan een civielrechtelijke rechtbank onderworpen.

Op 12 juli 2011 werd Mohamed van de militaire gevangenis van Al-Qurain overgebracht naar de gevangenis van Jau, waar hij tot nu verblijft. Op 22 juli 2011 werd hun straf in hoger beroep teruggebracht tot 15 jaar gevangenisstraf, samen met zijn acht medegedaagden. Dan, op de 9de januari 2012 heeft het Hof van Cassatie van Bahrein het beroep ongegrond verklaard en de zaak terugverwezen naar het eerste hooggerechtshof om hun uitspraak te heroverwegen. Op 14 augustus 2012 verminderde het Eerste Hooggerechtshof hun straf naar 10 jaar gevangenisstraf; de andere 8 verdachten zijn echter vrijgesproken. Tijdens de proces beschikte Mohamed niet over voldoende tijd of middelen om zich voor te bereiden, en werd hun toegang tot zijn advocaat ontzegd.

Tegenwoordig lijdt Mohamed aan degeneratieve schijfziekte, corrosie van het rechterkniegewricht, een scheur in zijn voorste kruisband, gebroken tanden en schade aan de rechterkant van de onderkaak als gevolg van marteling. Deze ziekten worden genegeerd door de gevangenisautoriteiten, ondanks Mohameds pogingen om behandeling te krijgen door klachten over zijn gezondheidstoestand en de martelingen die hij heeft ondergaan. Op 18 augustus 2018 begon Mohamed, wegens nalatigheid van zijn gezondheidstoestand door de gevangenisautoriteiten, een hongerstaking van 40 dagen, die eindigde op 27 september 2018, in solidariteit met zijn medegevangene en politieke gevangene Hassan Mushaima. Mohamed had geen gezondheidsproblemen voor zijn arrestatie en marteling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *