Mohammed Ramadan
Gevangen in Bahrein

Mohammed Ramadan is een 32-jarige Bahreinse luchthavenbewaker. Hij nam deel aan protesten tegen de regering en andere politieke activiteiten tegen de koninklijke familie van Bahrein.

Op 20 maart 2014 werd Mohammed gearresteerd door Bahreinse veiligheidstroepen op de luchthaven waar hij werkte, zonder dat zij een arrestatiebevel voorlegden. Vier dagen lang wist Mohammeds familie niet waar hij was. Hij werd, samen met elf andere verdachten, beschuldigd van betrokkenheid bij een bomexplosie die op 14 februari 2014 een politieagent in het dorp al-Deir doodde.

Mohammed vertelde zijn advocaten dat hij gemarteld werd tijdens een verhoor bij de Criminal Investigation Department (CID). Hij beweerde dat veiligheidsagenten hem zwaar sloegen op zijn handen, voeten, lichaam, nek en hoofd. De marteling ging door tot de Mohammed ermee instemde om een valse bekentenis af te leggen die door de autoriteiten was verzonnen. Mohammeds “bekentenis” werd later gebruikt als het belangrijkste bewijs in zijn proces. Hoewel hij de Bahreinse aanklager meedeelde dat hij gemarteld was om te bekennen, werd deze klachten verworpen.

Mohammed werd doorverwezen naar het politiebureau van Riffa, waar hij verder werd gemarteld, in eenzame opsluiting werd geplaatst en aan verdere mishandelingen werd onderworpen. Hier werd hij met dubbele riemen vastgebonden, pijnlijk geboeid en gedwongen te luisteren naar andere gevangenen die gemarteld werden.

Op 14 augustus 2014 hebben vijf mensenrechtendeskundigen van de Verenigde Naties, waaronder de speciale rapporteur voor foltering, Juan Méndez, hun ernstige bezorgdheid geuit over het feit dat de Mohammed onder dwang heeft bekend. Op 29 december 2014 heeft een Bahreinse rechtbank de Mohammed ter dood veroordeeld. Een andere beschuldigde bij de bomaanslag, Husain Ali Moosa, werd ook ter dood veroordeeld. Negen van de anderen verdachten kregen zes jaar gevangenisstraf en één werd veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Op 27 mei 2015 heeft een hof van beroep het vonnis bekrachtigd. Op 16 november 2015 heeft het Hof van Cassatie van Bahrein het laatste beroep van de Mohammed verworpen. Het doodvonnis is aan de koning opgelegd. Als koning Hamad het vonnis van de Ramadan ratificeert, kan hij op elk moment geëxecuteerd worden.

Op 24 november 2015 hebben zes leden van het Europees Parlement een parlementaire vraag gesteld over de zaken van Mohammed Ramadan en Husain Ali Moosa. Op 4 december 2015 heeft de echtgenote van Mohammed, Zainab Ebrahim Abdalah, een schuldbekentenis gestuurd naar verschillende leden van het Europees Parlement, in een poging om de intrekking van het “oneerlijke en willekeurige” vonnis tegen haar man te verkrijgen. Op 8 januari 2016 hebben verschillende Bahreinse en internationale NGO’s een verklaring ondertekend waarin zij de herhaalde uitspreken van de doodstraf door de Bahreinse autoriteiten veroordelen.

Op 22 oktober 2018 heeft het Hof van Cassatie van Bahrein de doodvonnissen van de politieke gevangenen Mohammed Ramadan en Husain Moosa vernietigd en hun zaak terugverwezen naar het Hof van Beroep voor een nieuw proces.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *