Geschiedenis

In 2011 vaagde de Arabische Lente over het Midden Oosten, metname Bahrain. Op 4 Februar 2011 kwamen enkele honderden Bahreiniers buiten de Egyptische ambassade in Manama bijeen, om hun solidariteit te betuigen met de demonstranten die tegen de regering in Egypte aan het protesteren waren. In de loop van de maand namen steeds meer mensen deel aan demonstraties en politieke bijeenkomsten, en zij begonnen ook tegen de Bahrainse regering protesteren. Eind maart waren dan meer dan de helft van de bevolking op straat om hun ongenoegen tegen de structurele ongelijkheden, corruptie, onderdrukking en een gebrek aan regeringsvertegenwoordiging te uitten.

In reactie daarop stuurde de Bahreinse regering veiligheidstroepen om de protesten de kop in te drukken, wat tot duizenden van arrestaties leidde, honderden gewonden en tientallen aan doden. Werknemers en vakbondsmedewerkers werden ontslagen omdat ze zich bij de vreedzame protesten hadden aangesloten, terwijl medisch personeel beschuldigd werd van het bespreken van de vreselijke verwondingen die ze bij de hulp aan gewonde demonstranten hadden opgelopen. Van atleten tot advocaten, van studenten tot verpleegkundigen, de regering richtte zich op iedereen die een afwijkende stem had laten horen. Hierbij waren alle middelen toegestaan, van media-aanvallen, militaire processen, huiszoekingen, willekeurige detentie en zelfs buitengerechtelijke executies.

In het licht van de toenemende internationale druk heeft de Bahreinse regering in juli 2011 de Bahrain Independent Commission of Inquiry (BICI) opgericht. De BICI had de doel de misbruik te onderzoeken en aanbevelingen te doen voor juridische- en beleids-wijzigingen om het herhalen van deze gebeurtenissen te voorkomen. Op basis van meer dan 9 000 getuigenissen bevestigde het rapport het buitensporige en ongedifferentieerde gebruik van geweld en marteling door Bahreinse veiligheidstroepen. Het verslag verwierp ook de beweringen van de regering dat de protesten sektarisch van aard waren of door materiële steun van Iran geïnitieerd werden. Hoewel de Bahreinse regering beweert de meeste aanbevelingen volledig te hebben uitgevoerd, is uit onafhankelijke evaluaties gebleken dat minder dan vijf van de 26 aanbevelingen van de BICI volledig zijn uitgevoerd.

Sinds de publicatie van het BICI-rapport in 2011 gebeuren er nog steeds mensenrechtenschendingen, er bestaat een cultuur van straffeloosheid, en er zijn regelmatig protesten. Overheidscritici worden nog steeds lastiggevallen en gearresteerd, rapporten over incidenten van marteling blijven verschijnen, en mishandeling, seksueel geweld en sterfgevallen gebeuren in gevangenschap. De vrijheid van vereniging, meningsuiting en vergadering is door wetgeving in augustus 2013 verder beperkt worden. Terwijl blijft de Bahreinse regering erbij sektarische taal te gebruiken om demonstranten te omschrijven, hoewel hun klachten alle Bahreiners treffen.

Voorts blijft de Bahreinse overheid klakkeloos “niet-dodelijke wapens” zoals traangas en vogelschoten te gebruiken tegen demonstranten. Hierbij zijn inmiddels meer dan 30 mensen om het leven gekomen. Samen met het incidentele gebruik van scherpe munitie zijn er nu in verband met de opstand meer dan 80 mensen overleden. Internationale klachten over de onevenredige repressieve maatregelen van de regering worden gegenereerd.

Hoewel de regering van Bahrein een bureau van de ombudsman heeft opgericht om beschuldigingen van mishandeling door overheidsfunctionarissen en veiligheidstroepen te onderzoeken, is er tot nu geen enkele hoge ambtenaar aansprakelijk gesteld worden voor mensenrechtsschendingen. In plaats daarvan zijn er vaak blijkbaar willekeurige arrestaties en regelmatig politiek gemotiveerde beschuldigingen. Bijvoorbeeld is de aanbevolen gevangenisstraf wegens “belediging van de koning” vijf jaar, terwijl overheidsfunctionarissen die beschuldigd worden van mishandeling en marteling nog steeds worden vrijgesproken.

Op 22 november 2014 hield de Bahreinse regering de eerste parlements- en gemeenteraadsverkiezingen sinds het begin van de politieke onrust in 2011. Terwijl de regering deze peilingen als hoogtepunt van Bahrein’s hervormingsinspanningen aankondigde, werd de verkiezingen van de belangrijkste oppositiemaatschappijen geboycot.

Op de 24 november en 1 december 2018 werden algemene verkiezingen gehouden. Zij worden als een farce beschouwd, aangezien dat het leden van de oppositie verboden is om volledig deel te nemen en de Bahreinse regering strenge beperkingen heeft opgelegd.

Op 13 mei 2018 heeft de Shura-raad (het door de koning benoemde Hogerhuis van de Nationale Assemblee) een wijziging goedgekeurd van artikel 3, lid 2, van wet nr. 14/2002, bekend als de wet inzake van de uitoefening van politieke rechten, die de werkingssfeer en het toepassingsgebied van de wet heeft verruimd.